Amsterdam staat bekend als een vrijzinnige stad. Maar achter dit hedendaagse imago gaat ook een geschiedenis van vervolging schuil. De Bewoners van de Geheime Kamers belicht de mannen die in de achttiende eeuw gevangen werden gezet wegens sodomie. Een geschiedenis die zich grotendeels in de schaduw heeft afgespeeld, en waarvan de sporen pas recent herkend worden als onderdeel van queer erfgoed.
Tussen 1730 en 1810 werden in Amsterdam honderden mannen vervolgd op verdenking van sodomie. In die tijd een misdrijf tegen de publieke orde en zeden. Velen verdwenen in de secrete kamers van het Rasphuis, ontoegankelijke keldercellen waar de stad haar zogenaamd zedeloze inwoners letterlijk verborg. Het doel was vergetelheid. Geen rehabilitatie, maar eenzaamheid en afzondering.
In deze tentoonstelling presenteert Gonçalves fictieve portretten van drie mannen die op dezelfde dag in november 1764 tot levenslange opsluiting werden veroordeeld: Johanis Wisser, Barend Jansen en Jan Rikke. Hun gezichten zijn deels zichtbaar, deels doorgestreept. Het kruis over hun ogen en monden symboliseert hun maatschappelijke dood. Samen vormen ze een anoniem monument voor velen die nooit een graf of herinnering kregen.
De Bewoners van de Geheime Kamers is geen reconstructie, maar een artistieke herdenking. Régis vraagt ons te kijken naar wie we niet mogen zien, en te luisteren naar stemmen die ooit tot zwijgen zijn gebracht. In samenhang met historisch onderzoek, waaronder dat van Maarten Hell, ontstaat een krachtig visueel archief van queer geschiedenissen die lang buiten beeld zijn gehouden.
